Post Tagged ‘Leuven’

h1

Leuven studentenstad?

juni 22, 2008

speech ter gelegenheid van de opening van het academiejaar van de Katholieke Universiteit Leuven academiejaar 2006-2007

Beste studenten
Beste niet-studenten

Leuven heeft een brede waaier aan troeven in handen, waarvan niet het minst de universiteit en de hogescholen die hier permanent resideren. Bovendien is het een betrekkelijk kleine stad die niet de problemen en overlast heeft waar een grootstad steevast wél mee kampt. Leuven heeft alles in zich om dé stad te zijn waar studenten zich ook burgers voelen, en waar burgers zich aangetrokken voelen tot de universiteit.

Wie echter naar de Leuvense realiteit kijkt, ziet twee steden. Er is de stad Leuven die geleid wordt vanuit het stadhuis op de Grote Markt en er is de K.U.Leuven en de hogescholen, een parallelle stad met een eigen stadhuis, het rectoraat, in de Naamsestraat. Elk hebben ze hun eigen diensten en hiërarchie en bieden ze onderdak aan talrijke eigen verenigingen die een bonte waaier aan activiteiten organiseren.

Beide steden hebben dus zeker hun eigen kracht, maar ook een geheel eigen kalender, en vaak zelfs gewoonweg eigen regels. Of tenminste: niet altijd worden voor iedereen dezelfde regels gehanteerd. Bij het organiseren van Leuven Kermis, die de maand september vrolijk opvult, wordt op geen vierkante meter of decibel te veel gekeken. Wekenlang overheersen wanorde, afval en muzak verschillende delen van de stad. Dat is leuk, want kermissen brengen plezier en ze brengen mensen bij elkaar. Maar dat is ook vreemd, want talrijk zijn de regeltjes en verplichtingen waaraan de studenten zich moeten houden bij het organiseren van evenementen als de 24-urenloop waar op het sportkot de muziekknop moet worden dichtgedraaid om 10u. ’s avonds. Er zijn in de laatste jaren tientallen voorbeelden te vinden waarbij aan studentenverenigingen vergunningen werden geweigerd en de stad Leuven voor zichzelf of voor een van haar Leuvense verenigingen een uitzondering op diezelfde regels toestond.

Naast dit probleem van inconsequentie is er ook een communicatieprobleem tussen de verschillende partijen van het sociale leven in Leuven. Er is namelijk geen structureel gebrek aan overleg; er is een gebrek aan structureel overleg. Een gemeenschappelijke visie over hoe de stad er binnen x-aantal jaren zal moeten uitzien en welke rol de studenten daarin krijgen is er gewoonweg niet, of beperkt zich hoogstens tot een paar summiere prefabzinnetjes in lokale verkiezingsblaadjes. Kenmerkend is dat de studenten amper, om niet te zeggen nooit, op de gemeenteraad worden gehoord als het gaat om student-gerelateerde zaken. Als men het over de studenten heeft, vindt men het blijkbaar niet nodig de natuurlijke expertise van henzelf, van ons, te horen. Ook op het vlak van samenwerking komt men niet verder dan occasionele samenwerkingsverbanden zoals de veelbelovende mobiliteitsenquête en de hopelijk daaruit voortvloeiende acties.

Samenwerking tussen studenten en de stad ontbreekt natuurlijk niet volledig: zo organiseert LOKO het Buurtfeest, samen met de Stad Leuven. De gedachte daarachter is de volkswijsheid ”beter een goede buur dan een verre vriend” door studenten en Leuvenaars samen te laten feesten. De verre vrienden van de Stad Leuven, door LOKO aangezocht voor eventuele ondersteuning van dit gezamenlijk project, vonden naar eigen zeggen na lang zoeken toch een bijdrage: driehonderd keer tien gram chips en welgeteld drie kilo nootjes. Drie kilo. Ter uwer informatie: er zijn dertigduizend studenten in Leuven en drie keer zo veel inwoners. Drie kilo nootjes, beste vrienden, zijn peanuts.

De kern van de problemen bevindt zich natuurlijk op een hoger niveau: de top van de stad en die van de universiteit. Mocht de Leuvense burgervader de tijd die hij spendeert aan het opdraven in allerlei dag- en weekbladen om zijn mening te spuien over God-weet-wat-allemaal steken in overleg met de universiteit en de studenten, dan zaten we op rozen. Zo ook met rector Vervenne: die verklaart het overlegmodel als heilig middel op beleidsvlak, praat zo nodig met de paus hemzelve, maar vindt blijkbaar de weg niet naar het stadhuis om met durf en toekomstgerichtheid met burgemeester Tobback samen te zitten.

Ach, geacht publiek, steen en been klagen is geen gave. Maar dit is geen storm in een glas water; er zijn in de praktijk problemen van wezenlijk belang waarmee de universiteitsstad Leuven kampt.

Ten eerste is er het imago van Leuven als studentenstad. Dat is er momenteel ronduit belabberd aan toe. Veel te vaak komt men met negatieve berichtgeving naar buiten over de Leuvense studenten en de universiteit, en veel te vaak is dat ook de enige berichtgeving over de stad die de wereld wordt ingestuurd. Natuurlijk draait deze kwestie om perceptie en is er bij het stadsbestuur veel meer goodwill dan het lijkt uit te stralen. Maar die perceptie is meestal het enige dat men heeft om zich een mening te vormen, om een beeld te hebben van die stad aan de Dijle. En wie heeft er nu baat bij dat dat een slecht beeld zou zijn? De K.U.Leuven zeker niet, net zomin als de stad Leuven, tenzij ze de studenten liever kwijt dan rijk is.

Voorts is er de kotcontrole: een inspectie van de Leuvense koten, die de facto compleet ontbreekt. De Stad Leuven en de K.U.Leuven nemen wel kleine initiatieven, maar blijven elk aan hun kant staan. Zoals het er nu aan toe gaat, kan het de stad blijkbaar maar matig interesseren in welke toestand de koten zich bevinden op haar grondgebied. En de universiteit onderneemt hoegenaamd niets om de stad daartoe aan te zetten. Let wel: de reglementering van de koten is op stadsniveau perfect in orde – men is uitstekend ingedekt. Het is het doen naleven van die regels dat pertinent ontbreekt. Er worden nochtans wel degelijk kotbelastingen betaald in Leuven; kan men die niet deels gebruiken voor het inspecteren van de koten?

Ook het gebrek aan een volwaardige studentenschepen is een majeur probleem. Op dit ogenblik is studentenbeleid slechts één van de acht bevoegdheden van de zevende schepen. Men kan van deze schepen onmogelijk verwachten dat ze, gebukt onder het pakket van haar andere bevoegdheden, voldoende voeling houdt met de studentengemeenschap en voldoende tijd heeft om met hen naar oplossingen te zoeken voor de bestaande problemen.

Dertigduizend studenten zijn niet niets. Er zijn genoeg steden in Vlaanderen die minder inwoners hebben maar over een eigen schepencollege beschikken. Onze eis kan dus niet te veel gevraagd zijn. Wij vragen een schepen die zich uitsluitend op studenten toelegt, iemand die zich niet enkel bezighoudt met brandjesblusserij maar de zaken bij de kern aanpakt.

Wij kunnen niet anders dan eisen dat stad, studenten en universiteit de dialoog aangaan, want het is hoognodig dat we sleutelen aan één visie op de toekomst van Leuven als volwaardige studentenstad. Het is tijd dat er niet alleen oprecht geluisterd wordt naar de student, maar dat er ook echt rekening mee wordt gehouden. Of geven de stad en de universiteit pas gehoor aan onze bezorgdheid, juist omwille van die stad en die universiteit, als we het stadhuis of het rectoraat bezetten, of wanneer we kasseistenen in de hand nemen?

Wij nodigen hierbij dan ook graag het nieuwe stadsbestuur uit om na de verkiezingen samen met het bestuur van de universiteit bij ons in de ’s Meiersstraat samen te zitten om na te gaan hoe we door het op elkaar afstemmen van de verschillende diensten en eventueel door het nemen van nieuwe initiatieven een oplossing kunnen bieden voor de huidige problemen, zoals het gebrek aan kotcontrole en de aanhoudende negatieve berichtgeving in de media.

En omdat in de Vlaamse vergadercultuur praten zonder eten zoiets is als een stad zonder inwoners, zullen wij wel zorgen voor de nodige versnaperingen: drie kilo nootjes. En zeg nu niet dat dat peanuts is.

Frederiek Vermeulen

Ter gelegenheid van de opening van
het academiejaar 2006-2007

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.