Post Tagged ‘DMK’

h1

Een Europese Unie met eigen middelen

juni 22, 2008

Door het toekennen van echte belastingsbevoegdheid aan de EU, kan ze pas echt een eigen beleid voeren. Door het overhevelen van nationale belastingen zoals de vennootschapsbelasting, kan een verhoging van de belastingdruk worden voorkomen.

Om goed te besturen, heeft elke overheid nood aan financiële middelen. Vijftig jaar na haar oprichting zijn de opdrachten van de Europese Unie sterk toegenomen, maar haar financiering gebeurt nog steeds op dezelfde manier als bij haar ontstaan.

Een van de belangrijkste taken van de Europese Raad is het bepalen van het Europese budget. Op die manier heeft de Raad een stevige vinger in de pap bij het bepalen van de middelen waarover de Europese Commissie en de andere instellingen beschikken.

Elke begrotingsronde trachten lidstaten hun positie van nettobetaler om te buigen naar die van netto-ontvanger. Op die manier hopen ze meer Europese projectsubsidies te ontvangen, dan dat ze betalen voor de werking van de Europese Unie. Vooral de Britse, maar ook de Nederlandse en Oost-Europese regeringen voeren enorme gevechten om hun bijdrages in te perken. Deze houding van de nationale regeringen is niet enkel te wijten aan de bekommernis om de binnenlandse begroting te doen kloppen. Landen die moeilijk doen over hun jaarlijkse bijdrage aan de EU, willen vaak ook de EU beperken tot een vrijhandelszone eerder dan te evolueren naar een echte federale staat. Een gebrek aan middelen staat immers garant voor een beperkt Europees beleid. Een overheid zonder geld is de facto begrensd in haar mogelijkheden. Om deze vijfjaarlijkse impasse te voorkomen en als garantie voor een sterker Europees beleid, zou de Europese Commissie een echte belastingbevoegdheid moeten krijgen.

Door het overhevelen van een nationale belasting, vermijden we dat de belastingdruk voor de burgers stijgt. Een Europese vennootschapsbelasting zou zelfs in de plaats kunnen komen van een deel van of van een volledige nationale bijdrage.

De vennootschapsbelasting sluit immers nauw aan bij de huidige bevoegdheden van de EU. Bovendien is de hoogte van de vennootschapsbelasting vaak gelijk aan de bijdrage die de lidstaten nu betalen aan de EU. Ook zou het europeaniseren van de vennootschapsbelasting een einde maken aan de competitie tussen de verschillende lidstaten om bedrijven te overtuigen hun zetel of productie te verhuizen. Door de concurrentie wordt permanent een negatieve belastingdruk gecreëerd. Nog een voordeel is dat de steeds groter wordende spanning tussen het (Belgisch) boekhoud- en fiscaal recht dan beslecht zou worden door beiden definitief van elkaar te ontkoppelen. Dit is nu al het geval in een meerderheid van lidstaten, en heeft als voordeel dat bedrijven slechts eenmaal een jaarrekening hoeven op te stellen.

Een eigen Europese fiscaliteit is niet enkel goed voor de organisatie van de Europese economie. Het zorgt er ook voor dat de Europese instellingen eindelijk een beleid kunnen voeren voor de burgers, en niet langer schatplichtig zijn aan hun broodheren, de nationale overheden. No representation without taxation?

h1

Als het beleid seks mist

juni 22, 2008

Elke dag krijgen in ons land 3 mensen te horen dat ze seropositief zijn. Jaarlijks duizend mensen voor wie de wereld plots stil blijft staan. Daarvoor de ogen sluiten, is kortzichtig en onverantwoord. Terwijl het preventiebeleid de laatste jaren achterwege blijft, stijgt het aantal opgelopen seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA’s) én de onwetendheid.

Meer dan de helft van de jongeren gaf onlangs in een onderzoek te kennen geen condoom te hebben gebruikt bij hun laatste los contact – seks zonder relatie. Binnen een relatie loopt dit op tot 85 procent bij meisjes en 58 procent bij jongens. Een steeds groter wordende groep mensen verkeert onterecht in de overtuiging dat AIDS behandeld kan worden, en dat één keer zonder condoom wel niet al te erg is. De verkoop van condooms kent in ons land de laatste jaren een terugval (tot 7 procent per jaar) bij alle producenten.

Veilig vrijen wordt al te vaak alleen geassocieerd met preventie op school voor jongeren tussen 12 en 14 jaar. Zij vormen een belangrijke doelgroep die niet in vraag moet worden gesteld. Maar er is een dringende nood aan nieuwe algemene campagnes om het onderwerp opnieuw onder de aandacht te brengen en bespreekbaar te maken. In Vlaanderen is het preventiebeleid hoofdzakelijk in handen van SENSOA, dat zich de laatste tijd steeds defensiever opstelt. SENSOA is een samenwerking van verschillende verenigingen, die kan rekenen op de steun van de Vlaamse overheid.

Het was Inge Vervotte (CD&V) die als Vlaams minister van Gezondheidsbeleid het beleid voor de periode 2004-2009 moest uittekenen. Het is algemeen geweten dat voor Vervotte mensen aanzetten tot veilig vrijen geen prioriteit was. De minister richtte zich prioritair op specifieke doelgroepen (ondermeer via het glossy gaymagazine Bend), en rekende voor (nieuwe) initiatieven volledig op SENSOA. In het beleidsplan preventief gezondheidsbeleid van haar opvolger Steven Vanackere was een preventiebeleid voor seksueel overdraagbare aandoeningen of HIV ook al niet het vermelden waard.

Doelgroepen
Het doelgroepenbeleid is een goed initiatief dat toelaat zich beter te richten op bepaalde risicogroepen. Het stopzetten ervan zou zonde zijn. Wel moet de samenwerking met andere organisaties zoals prostitutie, straathoekwerkers, homosauna’s… geïntensiveerd worden.

Het doelgroepenbeleid kan wel als gevolg hebben dat andere groepen helemaal worden vergeten (zoals studenten). Of dat de informatie zich teveel beperkt tot een aantal SOA’s, en dat anderen helemaal vergeten worden. Zo blijkt de kennis van HIV bij jongeren al bij al nog mee te vallen, maar is de kennis over andere SOA’s zeer beperkt.

43 procent van de jongeren geeft aan dat de reden voor het niet gebruiken van een condoom ligt bij het niet bij de hand hebben, 37 procent was onder invloed van drank of drugs, en 21 procent had er simpelweg niet aan gedacht! Grootschalige campagnes kunnen veilig vrijen niet alleen bespreekbaar maken. Ze kunnen ook helpen om de schroom te overwinnen om condooms te kopen, of om hulp te zoeken. Uit onderzoek van de Nederlandse Schörer-Stichting blijkt dat jongeren die niet in de stad wonen niet alleen minder kennis hebben over SOA’s, maar ook minder over seks spreken en het moeilijker vinden om condooms te kopen. Extra middelen voor preventie kunnen via de goede werken van de Nationale Loterij worden gevonden.

Bij testen op SOA’s wordt het nog erger. Testen bevinden zich op de grens tussen het preventieve en curatieve gezondheidsbeleid, en dus tussen de gemeenschappen en de federale overheid. Niet alleen is de kennis van andere SOA dan HIV ontoereikend, heel wat jongeren durven de stap naar de dokter niet zetten. Omdat voor heel wat mensen een bezoek aan de huisarts te gevoelig ligt, moet geïnvesteerd worden in één centrum per provincie waar mensen enkele uren per week terecht kunnen bij een dokter (een veneroloog, een specialist in geslachtsziektes). Brussel kent reeds zo’n centrum, het Elisa-centrum, waar men terecht kan voor een anonieme en gratis HIV-test. Bovendien moet bij elk bezoek aan de huisarts of ziekenhuis aan de verschillende doelgroepen automatisch een test worden voorgesteld.

Brussel
Brussel mag daarbij niet de rekening betalen van de institutionele woestenij van bepaalde staatshervormingen. Het preventieve gezondheidsbeleid is een bevoegdheid van de gemeenschappen terwijl de gemeenschapscommissies aanvullende normen kunnen vastleggen ten aanzien van instellingen, en de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie ten aanzien van personen mits deze de seksuele gezondheid van beide gemeenschappen aanbelangt.

De Nederlandstalige Brusselse politici moeten dan ook toegeven dat in de hoofdstad een beperkt preventiebeleid wordt gevoerd. De beperkte acties die door Brigitte Grouwels (CD&V) worden georganiseerd, richten zich vooral op mensen bij wie de ziekte reeds uitgebroken is. De geslotenheid en beperkte informatie van de welzijns- en gezondheidsraad doet vermoeden dat er niet al te veel zal gebeuren. Dat de taal der liefde universeler is dan het Frans en het Nederlands, zou Brussel moeten aanzetten om gemeenschappelijke acties op poten te zetten. Nog beter is het in overweging nemen om het preventieve gezondheidsbeleid op bepaalde gebieden te herfederaliseren. Gezondheidsbeleid is niet alleen universeel, ze is ook nauw verbonden met volksgezondheid, en steeds meer, met het grootstedenbeleid.

Als het herfederaliseren van een bevoegdheid om mensen echt te helpen dan toch zo gevoelig ligt in een partij als CD&V, moet dringend werk worden gemaakt van een samenwerkingsakkoord ‘seksuele gezondheid’ tussen alle gemeenschappen. Kennis en middelen zijn nog te veel verspreid, hoewel dematerie toch zo belangrijk is.

h1

Over Ethiek en Vrije Markt

mei 26, 2008

In “Over Ethiek en Vrije Markt” [ DMK April 2008 ] hekelt Jeroen Vandenbroucke een aantal ontwikkelingen die hem moeilijk liggen. De vrije markt, die mensen keuzes geeft en mogelijkheden creëert, moet het ontgelden…

Een aantal feiten samen vormen een mooi verhaal, maar daarom nog niet de waarheid. Desalniettemin springen boude uitspraken “dat een wereldorde die gebaseerd is op een voortdurende strijd om internationale markten, geen duurzame vrede kan brengen” in het oog.Ik ben dan wel geen voorstander van een libertijns kapitalisme, het systeem van een – sociaal gecorrigeerde – vrijhandel heeft haar verdiensten.

Vrijhandel is in essentie gebaseerd op transacties: ze brengt in overeenstemming wat de ene kwijt wil met wat de ander vraagt. De aanbiedster overweegt op elk ogenblik wat zij wil krijgen van de vraagster om de ruil te beklinken. In tegenstelling tot wat velen denken berust deze afweging niet alleen op geld doch ook op sociale en ethische factoren…

De voorgestelde terugkeer naar een staat van perfecte autarkie is complete nonsens. Autarkie (waarbij een samenleving volledig op eigen middelen vertrouwt) komt vandaag de dag bijna alleen nog voor bij solitaire families in afgelegen bergachtige- of woestijngebieden. Wie niet langer auto’s wil importeren of citroenen wil eten – want die vinden we in België niet – weet wat haar te doen staat.

Nog erger is dat een systeem van autarkie of planeconomie mensen niet stimuleert om samen te werken of te vernieuwen, maar erger, eerder aanzet om militair in te grijpen. Autarkieën lokken oorlog uit want de eigen mensen hebben niet wat ze willen en anderen willen wat jij hebt terwijl je geen handel wil drijven.

Geen ander systeem dan dat van de vrije markt heeft eerder kunnen aantonen dat het mensen op weg naar vrede kan zetten. Het brengt mensen samen en laat hen kiezen wie ze willen zijn.

Maar niet alleen mensen krijgen kansen. Ook overheden (als algemeen belang en als actor) moeten kiezen tussen alternatieven. Overheden zijn misschien militair hebzuchtiger in hun samenwerking. Het probleem van de interstatelijke interdependentie is geen probleem van de vrije markt, maar van de internationale politiek. En van ons allemaal.

Met de zomer in zicht kan het voor sommigen een tip zijn. Na al die jaren nog steeds een aanrader: A. Smith (1789) An Inquiry Into the Nature and Causes of the Wealth of Nations.

Deze reactie verscheen in DMK [ Juni 2008 ]

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.